Het jaarverslag 2025 van het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten is vandaag aangeboden aan de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). De conclusie uit het jaarverslag: de partners van het convenant hebben in 2025 belangrijke resultaten geboekt. Zo steeg het aandeel hernieuwbare grondstoffen in de professionele markt naar 36%, in de consumentenmarkt naar 60% en groeide het aandeel RPP-gecertificeerd veen naar 95%.
Het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten werd in 2022 ondertekend. Doel van het convenant is het verminderen van de milieu-impact van potgrond en substraten door het gebruik van meer hernieuwbare grondstoffen, verantwoord veengebruik, innovatie en samenwerking in de keten.
Uit het jaarverslag blijkt dat de doelstelling voor hernieuwbare grondstoffen in de professionele markt (35%) is gehaald: het aandeel steeg van 33% naar 36%. Ook de doelstelling voor de consumentenmarkt werd gehaald: het aandeel hernieuwbare grondstoffen groeide van 54% naar 60%. Het aandeel verantwoord gewonnen veen (RPP-gecertificeerd) steeg van 83% naar 95%. Aangezien voor circa 5% restveen wordt gebruikt (waarvoor geen RPP-certificering mogelijk is), is de doelstelling feitelijk behaald. Alleen de doelstelling voor compost werd nog niet gehaald, al steeg het gebruik van compost met 17% ten opzichte van 2024.
Naast deze meetbare resultaten zijn in 2025 belangrijke stappen gezet op het gebied van onderzoek, innovatie en samenwerking. Zo kreeg de Route- en Kansenkaart Hernieuwbare Grondstoffen verdere invulling, werd gewerkt aan een toetsingskader voor nieuwe grondstoffen en is de ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwde LCA-systematiek verder gebracht.
‘Samenwerking levert aantoonbare resultaten op’
De resultaten zouden niet behaald zijn zonder de samenwerking tussen de convenantspartners, benadrukt Gerard Schouw, voorzitter van het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten: “De resultaten van 2025 laten zien dat het convenant werkt. Overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties hebben gezamenlijk belangrijke stappen gezet richting substraten met een lagere milieu-impact. Dat drie van de vier doelstellingen zijn behaald, is een resultaat waar alle betrokken partijen trots op mogen zijn. Tegelijkertijd realiseren we ons dat de uitdagingen richting 2030 groot blijven en verdere samenwerking noodzakelijk is.”
Met het behalen van de doelstellingen voor hernieuwbare grondstoffen ligt het convenant op koers richting de ambities voor 2030. In 2026 vindt een onafhankelijke evaluatie plaats van de samenwerking binnen het convenant en wordt verder gewerkt aan de uitvoering van de Route- en Kansenkaart Hernieuwbare Grondstoffen.
