Duurzame Substraatdag: koploperspositie vraagt om blijvende innovatie

De Nederlandse substraatsector moet blijven vernieuwen om zijn internationale koploperspositie vast te houden. Die oproep deed Gerard Schouw, voorzitter van het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten, tijdens de Duurzame Substraatdag op 29 september. De ambitie voor 2050 is duidelijk: klimaatneutrale substraten, met zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen die bij voorkeur lokaal worden geproduceerd. “Als je een leiderschapsrol hebt, moet je die ook volhouden en vasthouden.”

De eerste Duurzame Substraatdag was een initiatief van het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten, Stichting RHP en Wageningen University & Research, en vond plaats bij Koppert Cress in Monster. De bijeenkomst werd mede mogelijk gemaakt door BVOR, VPN en Covestro. Dagvoorzitter was directeur Frank van der Heide van Tuinbranche Nederland. De Duurzame Substraatdag trok 110 bezoekers, waaronder vooral substraatproducenten, producenten van hernieuwbare grondstoffen en kwekers.

Samen werken aan minder milieu-impact
Gerard Schouw, voorzitter van het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten, vertelde tijdens zijn presentatie hoe partners van het Convenant samenwerken om de milieu-impact van potgrond en substraten verder te verlagen. Dat gebeurt onder meer door meer hernieuwbare grondstoffen te gebruiken, kennis te ontwikkelen en te investeren in innovatie. Die aanpak werkt. “Samenwerking loont: door kennis te delen, elkaar scherp te houden en samen vooruit te kijken, kunnen we echt resultaten boeken.”

Volgens Schouw heeft Nederland wereldwijd een koploperspositie bij het verduurzamen van potgrond en substraten. Om die positie vast te houden, moet de sector blijven vernieuwen, de milieu-impact verder verlagen en investeren in innovatie. In 2050 zou substraatproductie volledig klimaatneutraal moeten zijn, vooral door de inzet van (lokaal geproduceerde) hernieuwbare grondstoffen.

Onderzoek brengt ambities dichterbij
De Route- en Kansenkaart van het Convenant moet bijdragen aan de ambitie om in 2030 in de professionele markt minimaal 50 procent en in 2050 90 procent hernieuwbare grondstoffen in alle groeimedia te gebruiken. Merthus Bezemer, programmamanager van de Route- en Kansenkaart, vertelde hoe de sector bijna 2 miljoen euro bijeenlegde voor onderzoek naar hernieuwbare grondstoffen.

Keynotespeaker was Tim van Hattum, programmaleider Klimaat bij Wageningen University & Research. Van Hattum benadrukte de urgentie van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Tegelijkertijd liet hij zien dat er volop mogelijkheden zijn om in actie te komen. Nederland kan daarbij volgens hem een belangrijke rol spelen door kennis, innovatie en samenwerking te benutten. Ook voor de substraatsector ziet hij een duidelijke opdracht. “Deze sector kan koploper zijn in circulariteit door vol in te zetten op kennis en innovatie.”

Breakout-sessies
Daarna volgden breakout-sessies over drie thema’s. Een van de sessies ging over het meten van milieu-impact met levenscyclusanalyses (LCA’s), waaronder de substraatvoetprint van Growing Media Europe (GME) en de FloriPEFCR. Jeroen Weststrate (WUR) ging in op de impact van substraatgrondstoffen, Jos Heubers (MPS) vertelde over het effect van substraat op de milieu-impact van de gehele teelt. Verduurzaming van substraten is complexer dan alleen het een-op-een vervangen van grondstoffen, bleek uit de presentaties.

Tijdens de sessie ‘Praktijk aan het woord’ op de Duurzame Substraatdag deelden Van der Knaap, SV.CO en Florensis hun ervaringen met nieuwe grondstoffen en veenvrij telen. De voorbeelden lieten zien dat zorgvuldig testen en samenwerken de overstap mogelijk maken. Zo levert SV.CO sinds januari 2026 alle 9 cm-kalanchoës voor de Engelse markt volledig veenvrij, met behoud van kwaliteit. De overstap vraagt wel om aangepaste watergift en bemesting en proeven per gewas en locatie. Ook de hogere kostprijs en de vraag van klanten bepalen het tempo.

De derde sessie ging over de grondstoffenagenda van de toekomst. Gerrit Wever (RHP) sprak over de biologische, fysische en chemische risico’s van nieuwe grondstoffen en hoe door selectie, bewerking, controle en communicatie risico’s kunnen worden beperkt. Van Nguyen (WUR) vertelde over de uitdagingen met betrekking tot biologische stabiliteit van bestaande en vooral nieuwe grondstoffen. De sector moet inzetten op een breed palet van nieuwe kansrijke grondstoffen, zo was de conclusie van beide sprekers.